Bouwsteen II:
Leefklimaat in gezinshuizen
Versie 1.1 | 26 oktober 2026
1. Context leefklimaat
Een gezinshuis is een kleinschalige, gezinsgerichte vorm van professionele jeugdhulp, waarin jeugdigen wonen en worden opgevoed binnen een zo gewoon mogelijke woon- en leefomgeving. De professionele opvoeding, begeleiding en ondersteuning zijn verweven met het dagelijks samenleven in het gezinshuis.
De gezinshuisouder biedt jeugdigen met uiteenlopende en vaak complexe opvoedings-, ontwikkelings- en ondersteuningsvragen een stabiele, voorspelbare en veilige leefomgeving en handelt daarbij vanuit professionele kennis, de gemaakte afspraken over de hulp en de eigen professionele verantwoordelijkheid.
Het leefklimaat heeft een huiselijk en gezinsgericht karakter en wordt professioneel vormgegeven. De gezinshuisouder stemt het dagelijks handelen af op de ontwikkeling, behoeften, mogelijkheden en zorgvraag van de jeugdigen. Wanneer behandeling of aanvullende specialistische deskundigheid is betrokken, worden relevante doelen, adviezen en interventies waar passend vertaald naar het dagelijks leven in het gezinshuis.
De gezinshuisouder is professioneel transparant en aanspreekbaar en kan keuzes en afwegingen in de opvoeding, begeleiding en ondersteuning toelichten en verantwoorden.
Ieder gezinshuis heeft een eigen identiteit, cultuur en wijze van samenleven. Hiervoor is ruimte, voor zover deze verenigbaar zijn met de veiligheid, ontwikkeling, rechten, achtergrond en ondersteuningsbehoeften van de jeugdigen en met de professionele kwaliteitseisen voor gezinshuiszorg.
In deze bouwsteen worden de kenmerken beschreven van een positief, veilig en ondersteunend leefklimaat in het gezinshuis. Het leefklimaat is een wezenlijk onderdeel van de kwaliteit van gezinshuiszorg en wordt door de gezinshuisouder bewust en professioneel vormgegeven.
De sociale en fysieke omgeving ondersteunt de veiligheid, ontwikkeling, het welzijn, de participatie en de eigenheid van de jeugdigen die in het gezinshuis wonen. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel de individuele behoeften en rechten van iedere jeugdige als met het functioneren van het gezinshuis als geheel.
Een positief leefklimaat draagt eraan bij dat jeugdigen zich gezien, gehoord, veilig en verbonden voelen, invloed kunnen uitoefenen op zaken die hen aangaan en ruimte krijgen om zich te ontwikkelen, vaardigheden op te bouwen en succeservaringen op te doen. Verbondenheid, passende autonomie en competentie zijn daarbij belangrijke kenmerken. Jeugdigen ervaren betekenisvolle relaties, krijgen passende ruimte voor eigen keuzes en zeggenschap en worden ondersteund om vaardigheden en vertrouwen in het eigen kunnen te ontwikkelen.
De gezinshuisouder kan bij de professionele vormgeving van het leefklimaat gebruikmaken van verschillende onderbouwde pedagogische, ontwikkelingspsychologische en gedragswetenschappelijke theorieën en methoden. Deze worden doelgericht en samenhangend toegepast, passend bij de behoeften, ontwikkeling en situatie van de jeugdige en met respect voor diens rechten, veiligheid en autonomie.
2. Kwaliteit leefklimaat
2.1 Gezinshuis als woon- en leefomgeving
Het gezinshuis biedt jeugdigen een veilige, verzorgde en huiselijke woon- en leefomgeving die aansluit bij hun leeftijd, ontwikkeling en ondersteuningsbehoeften. Het dagelijks leven wordt zoveel mogelijk georganiseerd vanuit gewone gezins- en leefpatronen.
Iedere jeugdige beschikt als uitgangspunt over een eigen slaapkamer die privacy biedt, ruimte geeft om zich terug te trekken en mogelijkheden biedt om persoonlijke bezittingen veilig te bewaren. Het delen van een slaapkamer vindt alleen plaats wanneer dit op basis van een gemotiveerde afweging passend en verantwoord is. Daarbij worden de belangen, wensen, ontwikkeling, privacy, veiligheid en behoefte aan rust en persoonlijke ruimte van alle betrokken jeugdigen meegewogen. De afweging wordt vastgelegd en geëvalueerd.
De persoonlijke levenssfeer van jeugdigen wordt gewaarborgd. Hun kamer, persoonlijke ruimte en bezittingen worden gerespecteerd. Afspraken hierover sluiten aan bij de leeftijd, ontwikkeling, veiligheid en ondersteuningsbehoeften van de jeugdige.
Jeugdigen hebben toegang tot onderwijs, opleiding of een passende daginvulling en krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan sport, hobby’s, vrije tijd, sociale contacten en het maatschappelijk leven buiten het gezinshuis. Vrienden, familie en andere voor hen belangrijke personen kunnen worden ontvangen, rekening houdend met de privacy, veiligheid en belangen van andere bewoners.
Professionele opvoeding, begeleiding en ondersteuning zijn verweven met het dagelijks leven. Institutionele routines, procedures en beperkingen worden zoveel mogelijk voorkomen. Ook wordt bewaakt dat het aantal verschillende personen dat vanuit zorg, begeleiding, behandeling, overleg of begeleide contactmomenten in het gezinshuis aanwezig is, past bij het gezinsgerichte leefklimaat. Wanneer hun aanwezigheid of de frequentie daarvan de rust, privacy, veiligheid of het dagelijks leven van jeugdigen te veel belast, kan worden gekozen voor minder aanwezigheid in het gezinshuis of voor een andere locatie.
Huisregels en dagelijkse afspraken vormen geen zelfstandige grond om rechten of vrijheden van jeugdigen te beperken. Bijzondere afspraken voor een individuele jeugdige hebben een duidelijk doel, zijn gemotiveerd en begrijpelijk voor de jeugdige en worden periodiek geëvalueerd. Wanneer een afspraak feitelijk een recht of vrijheid beperkt, gelden de voorwaarden van paragraaf 2.7.
Jeugdigen wordt periodiek gevraagd hoe zij de woon- en leefomgeving en het dagelijks leven ervaren. Hun ervaringen worden betrokken bij aanpassingen en verbeteringen.
2.2 Ondersteuning door de gezinshuisouder
De gezinshuisouder biedt continuïteit in de dagelijkse opvoeding, begeleiding en ondersteuning. De zorg is zo georganiseerd dat jeugdigen 24 x 7 kunnen rekenen op de ondersteuning die zij nodig hebben.
Wanneer de gezinshuisouder niet beschikbaar is, wordt de zorg overgenomen door een toegeruste en voor de jeugdigen bekende vervanger. Is de vervanger niet SKJ- of BIG-geregistreerd, dan wordt voor werkzaamheden en verantwoordelijkheden waarvoor de norm verantwoorde werktoedeling een geregistreerde professional vereist, professionele achtervang georganiseerd. Deze professional is bereikbaar voor overleg en neemt waar nodig de professionele besluitvorming of verantwoordelijkheid over. Ook bij vervanging blijft de norm verantwoorde werktoedeling van toepassing.
De gezinshuisouder volgt de ontwikkeling, het welzijn en de veiligheid van de jeugdigen en stemt het dagelijks handelen af op hun leeftijd, ontwikkeling, achtergrond, mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. De gezinshuisouder handelt sensitief en responsief en past waar nodig traumasensitieve principes toe.
De gezinshuisouder gebruikt professionele kennis, vaardigheden en observaties om signalen te herkennen en gedrag en behoeften te begrijpen. Veranderingen in ontwikkeling, welzijn, gedrag of veiligheid worden besproken en leiden waar nodig tot aanpassing van de ondersteuning. Wanneer aanvullende deskundigheid, diagnostiek of behandeling nodig is, wordt deze georganiseerd.
De gezinshuisouder ondersteunt een veilig en voorspelbaar samenleven tussen jeugdigen en andere bewoners. Daarbij is aandacht voor onderlinge relaties, persoonlijke grenzen, privacy en verschillen tussen bewoners. Positieve contacten worden gestimuleerd, zonder van jeugdigen te verwachten dat zij met elkaar of met andere bewoners een gezins- of familieband ontwikkelen.
2.3 Duurzame balans tussen professionele zorg en het gezamenlijke leven
Gezinshuiszorg wordt geboden binnen een gezamenlijke woon- en leefomgeving waarin professionele zorg en het dagelijks leven nauw met elkaar verbonden zijn. Het gezinshuis is de woonplek van de jeugdigen, maar tegelijkertijd de woon- en leefomgeving van de gezinshuisouder en, waar van toepassing, diens gezinsleden.
Een duurzaam gezinshuis vraagt om een evenwicht tussen de individuele zorg, rechten en ondersteuningsbehoeften van jeugdigen en de mogelijkheid om binnen het gezinshuis een stabiel, herkenbaar en leefbaar dagelijks leven te behouden.
De gezinshuisouder behoudt binnen de professionele verantwoordelijkheid ruimte voor een eigen sociaal en privéleven, waaronder relaties, familiecontacten, sociale activiteiten, hobby’s, vrije tijd, rust en vakantie. Deze ruimte is niet uitsluitend een persoonlijk belang van de gezinshuisouder, maar draagt bij aan de duurzame uitvoerbaarheid en continuïteit van gezinshuiszorg en aan het gezinsgerichte karakter van de woon- en leefomgeving.
Bij structurele afspraken over zorg, begeleiding, contact met ouders, behandeling, vervoer of andere activiteiten worden niet alleen de afzonderlijke belangen en behoeften van de jeugdige betrokken, maar ook de gevolgen voor het dagelijks leven van de jeugdige, andere bewoners, het gezamenlijke leefklimaat en de duurzame uitvoerbaarheid van de gezinshuisplaatsing.
Structurele zorg-, contact- en begeleidingsafspraken worden, binnen de geldende juridische kaders, zodanig georganiseerd dat de professionele verplichtingen jegens jeugdigen duurzaam verenigbaar blijven met voldoende rust en herstel, een eigen sociaal en privéleven van de gezinshuisouder en een leefbaar gezamenlijk dagelijks leven in het gezinshuis.
Wanneer tussen deze belangen spanning ontstaat, wordt deze tijdig zichtbaar gemaakt en professioneel besproken. Daarbij wordt gezocht naar organisatorische of inhoudelijke oplossingen die zowel recht doen aan de jeugdige als aan de duurzaamheid en continuïteit van de gezinshuisplaatsing.
Wanneer een bestaande juridische beslissing of verplichting spanning oplevert met de duurzame uitvoerbaarheid van de gezinshuisplaatsing, worden de gevolgen tijdig ingebracht bij de daarvoor verantwoordelijke personen of instanties, zodat waar nodig langs de daarvoor geldende route aanpassing kan worden overwogen.
2.4 Gezinshuis in verbinding
De gezinshuisouder erkent dat ouders, familie en andere voor de jeugdige belangrijke personen een wezenlijke betekenis hebben voor diens ontwikkeling, identiteit, geschiedenis en gevoel van verbondenheid. De gezinshuisouder ondersteunt de jeugdige bij het onderhouden en, waar passend en gewenst, ontwikkelen van deze relaties.
Contact met ouders en andere belangrijke personen wordt mogelijk gemaakt en vormgegeven op een wijze die aansluit bij de wensen, leeftijd, ontwikkeling, veiligheid en rechtspositie van de jeugdige en bij de afspraken over de hulp. Daarbij wordt rekening gehouden met eventuele rechterlijke beslissingen, afspraken vanuit jeugdbescherming en andere inhoudelijke of juridische kaders. Bij structurele contactafspraken wordt tevens rekening gehouden met de duurzame uitvoerbaarheid binnen de gezamenlijke woon- en leefomgeving, zoals uitgewerkt in paragraaf 2.3.
De gezinshuisouder ondersteunt de jeugdige bij vragen en gevoelens rond verbondenheid, loyaliteit, afkomst en identiteit. De jeugdige wordt niet in een positie gebracht waarin deze het gevoel krijgt te moeten kiezen tussen het gezinshuis, ouders, familie of andere belangrijke personen.
Ouders, familieleden en andere belangrijke personen kunnen, wanneer dit passend en wenselijk is, betrokken zijn bij het dagelijks leven en bij voor de jeugdige betekenisvolle gebeurtenissen. De wijze waarop dit gebeurt wordt afgestemd met de jeugdige en andere betrokkenen en houdt rekening met de privacy, veiligheid en belangen van andere bewoners van het gezinshuis.
De gezinshuisouder ondersteunt de jeugdige bij het opbouwen en onderhouden van sociale relaties en bij deelname aan de samenleving. Daarbij is aandacht voor school, opleiding of dagbesteding, sport, vrije tijd, vrienden, buurt, familie en culturele, levensbeschouwelijke of andere maatschappelijke verbanden. De gezinshuisouder ondersteunt de jeugdige om verbonden te blijven met het eigen netwerk, de achtergrond en identiteit en om nieuwe relaties en sociale verbanden te ontwikkelen.
2.5 Ontwikkeling, perspectief en toekomst
Het gezinshuis ondersteunt jeugdigen naar een zo zelfstandig mogelijk leven, op een manier die past bij hun mogelijkheden, wensen en ondersteuningsbehoeften. Onderwijs, opleiding, werk of daginvulling, sociale participatie, ontwikkeling van vaardigheden en toekomstperspectief maken daarom integraal deel uit van de gezinshuiszorg.
Iedere jeugdige heeft toegang tot een passende vorm van onderwijs, opleiding, werk of daginvulling, of wordt ondersteund om deze te realiseren. Wanneer een jeugdige onderwijs volgt, werkt de gezinshuisouder waar nodig samen met school en andere betrokken professionals. De gezinshuisouder volgt de ontwikkeling en het functioneren van de jeugdige, deelt relevante observaties en draagt eraan bij dat onderwijs, begeleiding en eventuele behandeling zoveel mogelijk op elkaar aansluiten.
Over het perspectief van de plaatsing wordt zo vroeg mogelijk duidelijkheid nagestreefd. Er wordt onderzocht welk toekomstperspectief past bij de ontwikkeling, behoeften en belangen van de jeugdige. Dit kan terugkeer naar ouders zijn, langdurig verblijf in het gezinshuis of een andere woon- en opvoedplek.
De gezinshuisouder brengt vanuit de dagelijkse gezinshuiszorg professionele observaties en afwegingen in die relevant zijn voor besluiten over het perspectief van de jeugdige. Het perspectiefbesluit zelf wordt genomen door degene die daarvoor bevoegd of verantwoordelijk is.
Wanneer de gezinshuisouder geregistreerde professional is, draagt deze overeenkomstig Bouwsteen I de professionele verantwoordelijkheid en regie voor de gezinshuiszorg en het hulpverleningsplan, voor zover dit binnen het eigen professionele domein en de eigen vakbekwaamheid valt. Aanvullende deskundigheid wordt ingeschakeld wanneer de aard of complexiteit van de zorg daarom vraagt.
Wanneer de gezinshuisouder niet geregistreerd is, brengt deze zelfstandig observaties en professionele afwegingen in die passen bij de eigen beroepskwalificatie en vakbekwaamheid. Voor werkzaamheden of verantwoordelijkheden waarvoor op grond van de norm verantwoorde werktoedeling een geregistreerde professional nodig is, wordt deze ingeschakeld.
Formele juridische beslissingen over onder meer gezag, kinderbeschermingsmaatregelen en verblijfplaats blijven bij degene die daarvoor op grond van wet, gezag of rechterlijke beslissing bevoegd is. Deze juridische verantwoordelijkheid staat los van de professionele verantwoordelijkheid van de gezinshuisouder voor de gezinshuiszorg.
De gezinshuisouder helpt de jeugdige om ontwikkelingen en veranderingen in het toekomstperspectief te begrijpen en ondersteunt de jeugdige bij de betekenis die deze kunnen hebben voor relaties, verbondenheid, identiteit en verwachtingen over de toekomst.
Voor jeugdigen die de overgang naar volwassenheid naderen, wordt tijdig gewerkt aan voorbereiding op de volgende levensfase. Daarbij is, afhankelijk van de jeugdige, aandacht voor wonen, onderwijs of werk, inkomen en financiën, gezondheid, sociale relaties en netwerk, praktische vaardigheden, vrije tijd en deelname aan de samenleving. Samen met de jeugdige en andere betrokkenen wordt tijdig in kaart gebracht welke ondersteuning na het bereiken van de volwassen leeftijd nodig is en hoe de continuïteit daarvan kan worden georganiseerd.
2.6 Sociaal leefklimaat in het gezinshuis
Het gezinshuis is een gezamenlijke woon- en leefomgeving waarin jeugdigen en andere bewoners met verschillende achtergronden, behoeften en mogelijkheden samenleven. De gezinshuisouder draagt zorg voor een veilig, respectvol en voorspelbaar sociaal leefklimaat.
Iedere jeugdige wordt als gelijkwaardig persoon benaderd en krijgt ruimte om zichzelf te zijn en de eigen identiteit te ontwikkelen. Er is respect voor verschillen in leeftijd, ontwikkeling, achtergrond, cultuur, levensovertuiging, identiteit, normen en waarden, mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. Gelijkwaardigheid betekent niet dat iedere jeugdige hetzelfde wordt benaderd; verschillen kunnen maatwerk vragen.
De dagelijkse omgang wordt gekenmerkt door respect, aandacht voor elkaar en communicatie die past bij leeftijd en ontwikkeling. De gezinshuisouder bevordert veilige onderlinge relaties en is alert op spanningen, uitsluiting, pesten, discriminatie, machtsongelijkheid en grensoverschrijdend gedrag. Signalen die het welzijn of de sociale veiligheid kunnen bedreigen worden besproken en opgevolgd.
Er is, passend bij leeftijd en ontwikkeling, aandacht voor lichamelijke en seksuele ontwikkeling, relaties, intimiteit, persoonlijke grenzen en weerbaarheid. Jeugdigen krijgen ruimte om hierover vragen te stellen, grenzen aan te geven en de grenzen van anderen te leren respecteren. Signalen van seksuele onveiligheid of grensoverschrijdend gedrag worden herkend en opgevolgd.
Jeugdigen krijgen, passend bij hun leeftijd, ontwikkeling en rechtspositie, ruimte om keuzes te maken, hun mening te geven, invloed uit te oefenen en verantwoordelijkheid te dragen. Zij worden betrokken bij afspraken over het dagelijks samenleven en kunnen wensen, grenzen en onvrede kenbaar maken.
De gezinshuisouder biedt structuur en duidelijkheid. Afspraken en grenzen worden begrijpelijk uitgelegd, zijn pedagogisch te verantwoorden en sluiten aan bij de leeftijd, ontwikkeling en behoeften van de jeugdige. Daarbij worden de rechten, privacy en autonomie van de jeugdige gerespecteerd.
Bij keuzes voor een individuele jeugdige worden ook de veiligheid, het welzijn, de privacy en de belangen van andere jeugdigen en bewoners meegewogen. Maatwerk voor één jeugdige mag niet zonder afweging ten koste gaan van het leefklimaat of de veiligheid van anderen.
Wanneer spanningen, onderlinge dynamiek of veiligheidsrisico’s niet binnen de eigen deskundigheid of professionele verantwoordelijkheid kunnen worden aangepakt, wordt aanvullende deskundigheid ingeschakeld. Als de veiligheid of kwaliteit van het leefklimaat ondanks ondersteuning onvoldoende kan worden geborgd, wordt beoordeeld welke aanpassing van de zorg of organisatie nodig is en of voortzetting van de plaatsing verantwoord is.
2.7 Vrijheid, privacy en rechtsbescherming
Jeugdigen in een gezinshuis hebben recht op vrijheid, privacy, lichamelijke integriteit en communicatie. Zij krijgen, passend bij hun leeftijd, ontwikkeling en rechtspositie, ruimte voor eigen keuzes, autonomie en zeggenschap. Uitgangspunt is dat opvoeding, begeleiding en ondersteuning plaatsvinden zonder dwang of vrijheidsbeperking.
Huisregels en dagelijkse afspraken geven duidelijkheid over het samenleven en sluiten aan bij de leeftijd, ontwikkeling en situatie van de jeugdigen. Zij zijn begrijpelijk, hebben een pedagogisch of veiligheidsdoel en respecteren de rechten en persoonlijke levenssfeer van jeugdigen. Huisregels vormen geen zelfstandige grond voor het beperken van bewegingsvrijheid, privacy, communicatie, sociale contacten of andere rechten.
Wanneer met een jeugdige afspraken worden gemaakt die gevolgen hebben voor diens vrijheid of privacy, is duidelijk wat het doel daarvan is. Instemming wordt vrijwillig en op basis van begrijpelijke informatie gegeven en kan worden heroverwogen. Een afspraak is niet vrijwillig wanneer de jeugdige door druk, dreiging of andere omstandigheden feitelijk niet kan weigeren.
In een open gezinshuis worden vrijheidsbeperkende maatregelen niet tegen de wil van een jeugdige toegepast, tenzij daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. Opname in het hulpverleningsplan, toestemming van ouders, instemming van een gedragswetenschapper, multidisciplinair overleg of een besluit van de jeugdhulpaanbieder geeft op zichzelf geen bevoegdheid om de vrijheid van een jeugdige te beperken.
Wanneer zorgen over veiligheid of ontwikkeling aanleiding geven om een beperking te overwegen, wordt eerst gezocht naar minder ingrijpende pedagogische, relationele of organisatorische alternatieven. De gezinshuisouder kent de grenzen van de eigen professionele en wettelijke bevoegdheden en schakelt deskundigheid in bij twijfel over de rechtmatigheid of proportionaliteit van het handelen.
Wanneer in een acute noodsituatie direct handelen nodig is om ernstig gevaar af te wenden, wordt gehandeld binnen de grenzen van de wet en de professionele bevoegdheid. Het handelen is gericht op het beëindigen van het gevaar, duurt niet langer dan nodig en is zo min mogelijk ingrijpend. De situatie, afwegingen en het handelen worden vastgelegd en geëvalueerd.
2.8 Lerend gezinshuis
De gezinshuisouder en zorgaanbieder evalueren periodiek hoe jeugdigen en andere direct betrokkenen het leefklimaat, de dagelijkse zorg en de samenwerking ervaren. Daarbij wordt, passend bij leeftijd, ontwikkeling en positie, besproken wat goed gaat, wat verbetering vraagt en welke aanpassingen nodig zijn.
Een gezinshuis is voortdurend in ontwikkeling. Nieuwe plaatsingen, vertrek van jeugdigen, veranderingen in ondersteuningsbehoeften, incidenten en andere ingrijpende gebeurtenissen kunnen invloed hebben op de veiligheid, stabiliteit, onderlinge verhoudingen en het functioneren van het gezinshuis als geheel.
De gezinshuisouder signaleert veranderingen in het leefklimaat, de professionele belastbaarheid en de beschikbare deskundigheid, capaciteit en ondersteuning binnen het gezinshuis en bespreekt deze tijdig met de betrokkenen. Waar nodig worden afspraken, begeleiding, ondersteuning of de organisatie van de zorg aangepast.
Ervaringen, signalen, incidenten, klachten, feedback en evaluaties worden benut om het professioneel handelen en het leefklimaat te verbeteren. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van passende en bruikbare methoden of instrumenten om ervaringen en kwaliteit systematisch in beeld te brengen.
Wanneer veranderingen, spanningen of risico’s de deskundigheid of professionele verantwoordelijkheid van de gezinshuisouder overstijgen, wordt tijdig aanvullende professionele ondersteuning ingeschakeld.
Verbetermaatregelen worden gevolgd en geëvalueerd, zodat zichtbaar is of zij daadwerkelijk bijdragen aan een veiliger en stabieler leefklimaat dat de ontwikkeling en het welzijn van jeugdigen beter ondersteunt.
2.9 Eigen kinderen van gezinshuisouders
Eigen kinderen van gezinshuisouders maken deel uit van de dagelijkse woon- en leefomgeving waarin gezinshuiszorg wordt geboden. Het bieden van professionele jeugdhulp in de eigen woonomgeving kan ook voor hen gevolgen hebben. Hun veiligheid, ontwikkeling, privacy, welzijn en mogelijkheden om een eigen leven te leiden worden daarom expliciet meegewogen bij de organisatie van het gezinshuis.
Eigen kinderen maken geen deel uit van de professionele zorgstructuur van het gezinshuis. Van hen wordt niet verwacht dat zij een begeleidende, toezichthoudende, signalerende of andere professionele rol vervullen ten opzichte van de jeugdigen die in het gezinshuis wonen. Zij worden niet structureel belast met verantwoordelijkheden die voortvloeien uit de professionele zorgtaak van de gezinshuisouder.
De gezinshuisouder heeft aandacht voor de ervaringen, wensen en grenzen van de eigen kinderen en bespreekt met hen, passend bij leeftijd en ontwikkeling, hoe zij het samenleven in het gezinshuis ervaren. Daarbij wordt hun privacy gerespecteerd en wordt voorkomen dat zij meer informatie over geplaatste jeugdigen ontvangen dan voor het dagelijks samenleven nodig is.
Signalen van onveiligheid, overbelasting, verlies van privacy, aanhoudende spanning of beperking van de eigen ontwikkeling en het sociale leven worden serieus genomen. Waar nodig leidt dit tot aanvullende ondersteuning, aanpassing van de organisatie van de zorg, heroverweging van afspraken of beoordeling van de passendheid van de plaatsing.
Bij matching, nieuwe plaatsingen en andere wezenlijke veranderingen in de samenstelling of zorgzwaarte van het gezinshuis wordt rekening gehouden met de mogelijke gevolgen voor de eigen kinderen en voor het functioneren van het gezinshuis als geheel.
Eigen kinderen behouden voldoende ruimte voor hun eigen ontwikkeling, sociale relaties, vrije tijd, hobby’s, privacy en relatie met hun ouder(s). De gezinshuisouder bewaakt dat het professionele karakter van de gezinshuiszorg niet ertoe leidt dat het privéleven en de ouder-kindrelatie structureel volledig in het teken van de zorg komen te staan.
Wanneer eigen kinderen te maken krijgen met grensoverschrijdend, bedreigend of anderszins belastend gedrag van jeugdigen die in het gezinshuis wonen, wordt dit niet genormaliseerd of gebagatelliseerd vanuit de professionele zorgtaak. De gezinshuisouder en zorgaanbieder zorgen voor passende bescherming, ondersteuning en, waar nodig, aanpassing van de zorg of plaatsingssituatie.
3. Veldnormen leefklimaat
3.1 Woon- en leefomgeving
De gezinshuisouder en zorgaanbieder:
- Zorgen voor een veilige, verzorgde en huiselijke woon- en leefomgeving die aansluit bij de leeftijd, ontwikkeling en ondersteuningsbehoeften van de jeugdigen;
- Zorgen ervoor dat iedere jeugdige als uitgangspunt beschikt over een eigen slaapkamer die voldoende privacy biedt, ruimte geeft om zich terug te trekken en mogelijkheden biedt om persoonlijke bezittingen veilig te bewaren;
- Het delen van een slaapkamer vindt alleen plaats wanneer dit op basis van een gemotiveerde afweging passend en verantwoord is. Daarbij worden de belangen, wensen, ontwikkeling, privacy, veiligheid en behoefte aan rust en persoonlijke ruimte van alle betrokken jeugdigen meegewogen. De afweging wordt vastgelegd en geëvalueerd.
- Waarborgen de persoonlijke levenssfeer van jeugdigen en zorgen dat hun kamer, persoonlijke ruimte en bezittingen worden gerespecteerd;
- Zorgen ervoor dat jeugdigen toegang hebben tot onderwijs, opleiding of passende daginvulling en mogelijkheden hebben om deel te nemen aan sport, hobby’s, vrijetijdsactiviteiten, sociale contacten en het maatschappelijk leven buiten het gezinshuis;
- Bieden jeugdigen, binnen redelijke en voor alle bewoners passende afspraken, ruimte om vrienden, familie en andere voor hen belangrijke personen te ontvangen;
- Organiseren het dagelijks leven zoveel mogelijk vanuit gewone gezins- en leefpatronen en voorkomen onnodige institutionele routines, procedures en beperkingen;
- Bewaken dat het aantal verschillende personen dat vanuit zorg, begeleiding, behandeling, overleg of begeleide contactmomenten in het gezinshuis aanwezig is, past bij het gezinsgerichte leefklimaat. Wanneer de aanwezigheid of frequentie van personen de rust, privacy, veiligheid of het dagelijks leven van jeugdigen onevenredig belast, kan de gezinshuisouder gemotiveerd aangeven dat aanwezigheid in het gezinshuis moet worden beperkt of dat een activiteit op een andere locatie plaatsvindt.
- Gebruiken huisregels en dagelijkse afspraken niet als zelfstandige grond voor het beperken van rechten of vrijheden. Bijzondere afspraken voor een individuele jeugdige zijn gemotiveerd, begrijpelijk en worden periodiek geëvalueerd; voor beperkingen van rechten of vrijheden geldt paragraaf 3.7;
- Vragen jeugdigen periodiek hoe zij de woon- en leefomgeving en het dagelijks leven ervaren en benutten hun ervaringen bij verbetering.
3.2 Ondersteuning door de gezinshuisouder
De gezinshuisouder en zorgaanbieder:
Organiseren de dagelijkse opvoeding, begeleiding en ondersteuning met zoveel mogelijk continuïteit en een beperkt aantal voor de jeugdigen bekende personen en voorkomen onnodige wisselingen;
Zorgen ervoor dat bij afwezigheid van de gezinshuisouder duidelijk is wie de dagelijkse zorg overneemt en dat jeugdigen kunnen rekenen op een bekende en toegeruste vervanger;
Organiseren, wanneer een vervanger niet SKJ- of BIG-geregistreerd is, professionele achtervang voor werkzaamheden en verantwoordelijkheden waarvoor de norm verantwoorde werktoedeling een geregistreerde professional vereist; deze professional is bereikbaar voor overleg en neemt waar nodig professionele besluiten;
Herkennen signalen, emoties, gedrag en ondersteuningsbehoeften van jeugdigen en reageren daarop op een manier die past bij hun leeftijd, ontwikkeling, achtergrond, mogelijkheden en ervaringen; de gemaakte professionele afwegingen kunnen worden toegelicht;
Passen traumasensitieve uitgangspunten toe wanneer de ervaringen of zorgvraag van een jeugdige daarom vragen;
Zorgen ervoor dat jeugdigen weten bij wie zij terechtkunnen met vragen, zorgen of behoefte aan ondersteuning en vragen periodiek hoe zij de beschikbaarheid en ondersteuning van de gezinshuisouder en eventuele vervangers ervaren;
Signaleren veranderingen in ontwikkeling, gedrag, welzijn en veiligheid en handelen daarop binnen de eigen professionele verantwoordelijkheid;
Schakelen aanvullende deskundigheid, diagnostiek, behandeling of andere professionele ondersteuning in wanneer de zorgvraag de eigen deskundigheid of verantwoordelijkheid overstijgt.
3.3 Duurzame uitvoerbaarheid van gezinshuiszorg
De gezinshuiszorg is zodanig georganiseerd dat:
- De individuele zorg, rechten en ondersteuningsbehoeften van jeugdigen kunnen worden gerealiseerd binnen een stabiele en duurzame woon- en leefsituatie;
- Structurele zorg-, contact- en begeleidingsafspraken worden beoordeeld op hun gevolgen voor de jeugdige, andere bewoners, het gezamenlijke leefklimaat en de continuïteit van de plaatsing;
- De gezinshuisouder voldoende ruimte behoudt voor rust, herstel, sociale relaties, familie, vrije tijd, hobby’s en vakantie;
- De gezinshuisouder niet voortdurend persoonlijk beschikbaar hoeft te zijn en passende vervanging en ondersteuning en, waar nodig, professionele achtervang zijn georganiseerd;
- Bij structurele spanning tussen individuele afspraken en de uitvoerbaarheid van de gezinshuiszorg tijdig overleg plaatsvindt met de jeugdige, ouders en betrokken professionals of organisaties;
- Bij dreigende overbelasting of aantasting van de continuïteit wordt onderzocht welke aanpassing van organisatie, ondersteuning, planning of zorgafspraken mogelijk is voordat de duurzaamheid van de plaatsing in gevaar komt;
- Bij spanning tussen een geldende juridische beslissing en de duurzame uitvoerbaarheid van de plaatsing de gevolgen tijdig worden ingebracht bij de daarvoor verantwoordelijke personen of instanties;
- Beslissingen hierover navolgbaar worden onderbouwd vanuit zowel de rechten en belangen van de jeugdige als de kwaliteit en continuïteit van de gezinshuiszorg.
Van duurzame gezinshuiszorg is alleen sprake wanneer professionele verplichtingen jegens jeugdigen verenigbaar zijn met een leefbare en duurzame woon-, werk- en leefsituatie voor de gezinshuisouder en de overige bewoners van het gezinshuis.
3.4 Gezinshuis in verbinding
De gezinshuisouder:
- Ondersteunt de jeugdige, waar passend en mogelijk, bij het onderhouden van relaties met ouders, familie en andere voor de jeugdige belangrijke personen;
- Stemt het handelen rond contact met ouders en andere belangrijke personen af op de wensen, leeftijd, ontwikkeling, veiligheid en rechtspositie van de jeugdige, de afspraken over de hulp en eventuele rechterlijke beslissingen of andere juridische kaders;
- Ondersteunt de jeugdige bij gevoelens rond verbondenheid, loyaliteit, afkomst en identiteit en brengt de jeugdige niet in een positie waarin deze het gevoel krijgt te moeten kiezen tussen het gezinshuis, ouders, familie of andere belangrijke personen;
- Biedt, wanneer dit passend en wenselijk is, ruimte aan ouders, familie en andere belangrijke personen om betrokken te zijn bij het dagelijks leven en bij voor de jeugdige betekenisvolle momenten, met inachtneming van de privacy, veiligheid en belangen van andere bewoners;
- Onderhoudt binnen de eigen professionele rol zorgvuldig en tijdig contact met relevante personen uit het netwerk van de jeugdige en legt afspraken, observaties en ontwikkelingen vast voor zover deze relevant zijn voor de hulp en continuïteit daarvan;
- Ondersteunt de jeugdige bij het opbouwen en onderhouden van sociale contacten,
- Signaleert wanneer contactafspraken of netwerkrelaties gevolgen hebben voor het welzijn, de ontwikkeling, veiligheid of het dagelijks functioneren van de jeugdige en brengt deze observaties tijdig in bij de daarvoor verantwoordelijke betrokkenen;
- Handelt bij vragen of spanningen rond contact, loyaliteit, veiligheid of netwerk binnen de eigen professionele verantwoordelijkheid en betrekt aanvullende deskundigheid wanneer de situatie de eigen deskundigheid of verantwoordelijkheid overstijgt.
3.5 Ontwikkeling, perspectief en toekomst
De gezinshuisouder:
Draagt eraan bij dat iedere jeugdige beschikt over onderwijs, opleiding, werk of een andere daginvulling die past bij diens ontwikkeling en mogelijkheden en stemt hierover waar nodig af met betrokken voorzieningen;
Volgt de ontwikkeling en het functioneren van de jeugdige en brengt relevante observaties en professionele afwegingen over ontwikkeling, behoeften, mogelijkheden en veiligheid in bij de betrokkenen;
Weet welk perspectief voor verblijf en opgroeien is vastgesteld of welke stappen worden gezet om daar duidelijkheid over te krijgen;
Brengt vanuit de dagelijkse gezinshuiszorg professionele observaties en afwegingen in die relevant zijn voor de beoordeling en evaluatie van het perspectief, binnen de eigen professionele verantwoordelijkheid;
Ondersteunt de jeugdige bij het begrijpen van het perspectief en van veranderingen die gevolgen hebben voor verblijf, relaties, identiteit en toekomst;
Betrekt de jeugdige, passend bij leeftijd, ontwikkeling en rechtspositie, bij beslissingen over onderwijs, verblijf, toekomst en ondersteuning en betrekt ouders of vertegenwoordigers overeenkomstig hun positie;
Houdt bij perspectiefbesluiten rekening met de professionele en juridische verantwoordelijkheden van andere betrokkenen; formele juridische besluiten blijven bij degene die daarvoor bevoegd of verantwoordelijk is;
Bespreekt bij een verandering van woonplek of de overgang naar volwassenheid welke relaties, sociale verbindingen en vormen van ondersteuning behouden moeten blijven;
Zorgt er samen met de jeugdige en andere betrokkenen voor dat de overgang naar volwassenheid wordt voorbereid en dat duidelijk is welke ondersteuning nodig is, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe de continuïteit wordt geregeld.
3.6 Sociaal leefklimaat in het gezinshuis
De gezinshuisouder:
Draagt zorg voor een veilig, respectvol en voorspelbaar sociaal leefklimaat;
Benadert jeugdigen als gelijkwaardige personen en kan verschillen in afspraken, ondersteuning, verwachtingen of begrenzing uitleggen vanuit leeftijd, ontwikkeling, behoeften, veiligheid, rechtspositie of afspraken over de hulp;
Maakt samen met jeugdigen begrijpelijke afspraken over het dagelijks samenleven en betrekt hen, passend bij leeftijd en ontwikkeling, bij het maken en evalueren daarvan;
Geeft jeugdigen, passend bij leeftijd, ontwikkeling en rechtspositie, ruimte om keuzes te maken, hun mening te geven, invloed uit te oefenen en verantwoordelijkheid te dragen;
Bevordert respectvolle omgang en veilige onderlinge relaties en is alert op uitsluiting, discriminatie, pesten, machtsongelijkheid, grensoverschrijdend gedrag en spanningen tussen bewoners;
Besteedt, passend bij leeftijd en ontwikkeling, aandacht aan lichamelijke en seksuele ontwikkeling, relaties, intimiteit, persoonlijke grenzen en weerbaarheid en handelt bij signalen van seksuele onveiligheid of grensoverschrijdend gedrag;
Brengt bij plaatsing en bij veranderingen risico’s in het samenleven in beeld en betrekt daarbij de onderlinge dynamiek tussen jeugdigen en andere bewoners;
Weegt bij keuzes voor een individuele jeugdige ook de veiligheid, het welzijn, de privacy en de belangen van andere jeugdigen en bewoners mee en zoekt bij spanningen naar pedagogische, relationele of organisatorische oplossingen;
Bespreekt met jeugdigen hoe zij het samenleven, de sociale veiligheid en de afspraken ervaren en stelt deze waar nodig bij;
Schakelt aanvullende deskundigheid in wanneer spanningen, onderlinge dynamiek of veiligheidsrisico’s de eigen deskundigheid of verantwoordelijkheid overstijgen;
Beoordeelt, wanneer de veiligheid of kwaliteit van het leefklimaat onvoldoende kan worden geborgd, welke aanpassing van de zorg of organisatie nodig is en of voortzetting van de plaatsing verantwoord is.
3.7 Vrijheid, privacy en rechtsbescherming
De gezinshuisouder en zorgaanbieder:
Respecteren de vrijheid, lichamelijke integriteit, privacy, communicatie en autonomie van iedere jeugdige;
Bieden jeugdigen, passend bij leeftijd, ontwikkeling en rechtspositie, ruimte voor eigen keuzes en zeggenschap en betrekken hen bij afspraken en beslissingen die hen aangaan;
Onderscheiden huisregels en pedagogische afspraken van vrijwillige individuele afspraken en van maatregelen die rechten of vrijheden beperken;
Zorgen ervoor dat individuele afspraken die gevolgen hebben voor vrijheid of privacy een doel hebben, begrijpelijk zijn en alleen als vrijwillig gelden wanneer de jeugdige vrij kan instemmen, weigeren en de afspraak kan heroverwegen;
Gebruiken huisregels niet als zelfstandige grond voor het beperken van bewegingsvrijheid, privacy, communicatie, sociale contacten of andere rechten;
Passen in een open gezinshuis geen vrijheidsbeperkende maatregelen tegen de wil van een jeugdige toe zonder wettelijke grondslag; opname in het hulpverleningsplan, toestemming van ouders of vertegenwoordigers, instemming van een gedragswetenschapper of multidisciplinair overleg, een besluit van de zorgaanbieder of een veiligheidsargument vormt op zichzelf geen wettelijke grondslag;
Zoeken bij zorgen over veiligheid, gedrag of begeleiding eerst naar vrijwillige, pedagogische, relationele of organisatorische alternatieven die de rechten en vrijheden van de jeugdige zo min mogelijk beperken;
Passen geen cameratoezicht toe in woon-, slaap- of andere leefruimten van jeugdigen zonder wettelijke grondslag;
Gaan zorgvuldig om met andere vormen van toezicht en monitoring, zoals locatiegegevens, digitale communicatie, apparaten, internetgebruik en technische hulpmiddelen, en wegen daarbij doel, noodzaak, proportionaliteit, privacy en rechtspositie;
Respecteren de kamer, persoonlijke bezittingen en digitale gegevens van de jeugdige en doorzoeken deze niet of nemen eigendommen niet in zonder toestemming of andere rechtmatige grond;
Zorgen ervoor dat jeugdigen weten welke afspraken gelden, welke rechten zij hebben en waar zij terechtkunnen met vragen, bezwaren of klachten; signalen en bezwaren over privacy, toezicht of beperkingen worden besproken en leiden waar nodig tot aanpassing van het handelen;
Kennen de grenzen van de eigen professionele en wettelijke bevoegdheid en schakelen professionele of juridische deskundigheid in bij twijfel over vrijheid, privacy, dwang, toezicht of andere beperkingen van rechten.
Toelichting: Niet de benaming van een afspraak of maatregel is bepalend, maar het feitelijke effect ervan op de jeugdige. Een afspraak die als huisregel, veiligheidsafspraak of pedagogische afspraak wordt aangeduid, kan in de praktijk toch een vrijheidsbeperkend karakter hebben wanneer een jeugdige hier niet daadwerkelijk van kan afwijken.
3.8 Lerend gezinshuis
De gezinshuisouder en zorgaanbieder:
- Brengen periodiek en systematisch in kaart hoe jeugdigen het leefklimaat en de dagelijkse zorg ervaren, op een wijze die past bij hun leeftijd, ontwikkeling en communicatiemogelijkheden;
- Gebruiken de uitkomsten om samen met jeugdigen te bespreken wat goed gaat, wat verbetering vraagt en welke aanpassingen nodig zijn;
- Leggen relevante verbeterpunten, besluiten en afspraken vast en volgen of afgesproken verbeteringen daadwerkelijk worden uitgevoerd en het beoogde effect hebben;
- Maken, waar een passend en bruikbaar instrument beschikbaar is, gebruik van een gevalideerd of anderszins onderbouwd instrument om ervaringen met het leefklimaat systematisch in beeld te brengen;
- Signaleren tijdig veranderingen in veiligheid, leefklimaat, onderlinge verhoudingen, professionele belastbaarheid, beschikbare capaciteit en ondersteuning;
- Beoordelen na ingrijpende gebeurtenissen welke gevolgen deze hebben voor de jeugdigen, het leefklimaat, de beschikbare professionele capaciteit en de continuïteit van de zorg;
- Nemen naar aanleiding van evaluaties, signalen of gebeurtenissen waar nodig maatregelen om veiligheid, stabiliteit, kwaliteit en continuïteit te herstellen of te versterken;
- Betrekken tijdig aanvullende professionele deskundigheid of ondersteuning wanneer veranderingen, spanningen of risico’s de eigen deskundigheid, capaciteit of professionele verantwoordelijkheid overstijgen;
- Benutten evaluaties, incidenten, signalen, klachten, ervaringen en andere relevante informatie aantoonbaar voor het leren en verbeteren van de kwaliteit van de gezinshuiszorg;
- Evalueren genomen verbetermaatregelen en stellen deze bij wanneer blijkt dat zij onvoldoende bijdragen aan een veiliger en stabieler leefklimaat dat de ontwikkeling en het welzijn van jeugdigen ondersteunt.
3.9 Eigen kinderen van gezinshuisouders
De gezinshuisouder:
Betrekt, passend bij leeftijd en ontwikkeling, de ervaringen, wensen en grenzen van de eigen kinderen bij keuzes die van invloed zijn op het dagelijks samenleven in het gezinshuis;
Bespreekt periodiek met de eigen kinderen hoe zij het samenleven ervaren en is alert op signalen van onveiligheid, aanhoudende spanning, verlies van privacy of beperkingen in hun ontwikkeling, sociale leven of relatie met hun ouder(s);
Zorgt ervoor dat eigen kinderen geen professionele zorgtaken of verantwoordelijkheden krijgen en niet structureel worden ingezet of belast om de zorg voor geplaatste jeugdigen mogelijk te maken;
Beschermt de privacy van de eigen kinderen en zorgt ervoor dat zij niet meer informatie over geplaatste jeugdigen ontvangen dan voor het dagelijks samenleven noodzakelijk is;
Houdt bij matching, nieuwe plaatsingen, veranderingen in zorgzwaarte en andere wezenlijke veranderingen rekening met de mogelijke gevolgen voor de veiligheid, het welzijn, de privacy en de ontwikkeling van de eigen kinderen en voor het functioneren van het gezinshuis als geheel;
Zorgt ervoor dat eigen kinderen voldoende ruimte behouden voor hun eigen ontwikkeling, sociale relaties, vrije tijd, hobby’s, privacy en relatie met hun ouder(s);
Organiseert bewust tijd, aandacht en gezamenlijke activiteiten met de eigen kinderen die niet in het teken staan van de professionele zorgtaak;
Signaleert wanneer gedrag van een geplaatste jeugdige de veiligheid, grenzen of het welzijn van eigen kinderen aantast, neemt deze signalen serieus en zorgt voor maatregelen die verdere belasting of onveiligheid voorkomen;
Beoordeelt bij aanhoudende of ernstige belasting welke aanpassing van de zorg, ondersteuning, organisatie of plaatsingssituatie nodig is.
