Samenvatting Kwaliteitscriteria Gezinshuizen 2026
De Kwaliteitscriteria Gezinshuizen 2026 beschrijven wat nodig is om verantwoorde gezinshuiszorg te bieden. Een gezinshuis wordt gezien als een kleinschalige, gezinsgerichte vorm van professionele jeugdhulp, waarin jeugdigen wonen en worden opgevoed in een zo gewoon mogelijke woon- en leefomgeving. Professionele opvoeding, begeleiding en ondersteuning zijn verweven met het dagelijks samenleven.
Centraal staat dat gezinshuiszorg zowel gezinsgericht als professioneel is. De huiselijke omgeving doet niet af aan de professionele verantwoordelijkheid van de gezinshuisouder, de rechten van jeugdigen of de organisatorische verantwoordelijkheid van de jeugdhulpaanbieder. Tegelijk moeten regels, toezicht en professionele ondersteuning niet leiden tot onnodige institutionalisering van het dagelijks leven.
Bouwsteen I – De vakbekwame gezinshuisouder
De gezinshuisouder is een beroepsmatig gekwalificeerde jeugdprofessional en handelt binnen de eigen beroepskwalificatie, vakbekwaamheid, bevoegdheid en toebedeelde professionele verantwoordelijkheid. De norm verantwoorde werktoedeling bepaalt welke werkzaamheden zelfstandig kunnen worden uitgevoerd en wanneer een geregistreerde professional nodig is.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen SKJ/BIG-geregistreerde en niet-geregistreerde gezinshuisouders. Een niet-geregistreerde gezinshuisouder beschikt minimaal over een relevante beroepskwalificatie op mbo-4-niveau of een relevante hbo- of wo-opleiding. Deze kan zelfstandig werkzaamheden uitvoeren die passen bij de eigen kwalificatie en vakbekwaamheid. Waar de norm verantwoorde werktoedeling geregistreerde inzet vereist, wordt deze georganiseerd.
Bij een geregistreerde gezinshuisouder geldt als uitgangspunt dat deze zelf professionele verantwoordelijkheid en regie draagt voor de gezinshuiszorg en het hulpverleningsplan, voor zover dit binnen het eigen professionele domein en de vakbekwaamheid valt. De aanwezigheid van een gedragswetenschapper of andere professional betekent niet automatisch dat deze toezicht houdt of de professionele verantwoordelijkheid overneemt.
Blijvend leren, professionele reflectie, samenwerking, het herkennen van grenzen van deskundigheid en aandacht voor professionele belastbaarheid maken eveneens deel uit van vakbekwaam gezinshuisouderschap.
Bouwsteen II – Leefklimaat in gezinshuizen
Het gezinshuis biedt een veilige, huiselijke en gezinsgerichte woon- en leefomgeving. Het dagelijks leven wordt zoveel mogelijk georganiseerd vanuit gewone gezins- en leefpatronen. Iedere jeugdige beschikt als uitgangspunt over een eigen slaapkamer en heeft recht op privacy, persoonlijke ruimte, sociale contacten, onderwijs of daginvulling en deelname aan het gewone maatschappelijke leven.
De zorg wordt zo georganiseerd dat jeugdigen continuïteit ervaren en kunnen rekenen op bekende en toegeruste personen. Tegelijk hoeft de gezinshuisouder niet persoonlijk 24 uur per dag beschikbaar te zijn. Vervanging en professionele achtervang worden georganiseerd waar dat nodig is.
Een belangrijk uitgangspunt is duurzame uitvoerbaarheid. De rechten en ondersteuningsbehoeften van jeugdigen worden gecombineerd met een leefbare woon-, werk- en leefsituatie voor de gezinshuisouder en andere bewoners. Ook rust, herstel, vrije tijd en een eigen sociaal en privéleven van de gezinshuisouder zijn relevant voor de continuïteit en kwaliteit van de gezinshuiszorg.
Bijzondere aandacht is er voor sociale en seksuele veiligheid, ontwikkeling en autonomie, relaties met ouders en netwerk en de positie van eigen kinderen van gezinshuisouders. Eigen kinderen maken geen deel uit van de professionele zorgstructuur en mogen niet structureel worden belast met zorgtaken of verantwoordelijkheden.
De criteria verduidelijken ook de grenzen rond vrijheid en privacy. Huisregels zijn geen zelfstandige grond om rechten te beperken. In een open gezinshuis worden geen vrijheidsbeperkende maatregelen tegen de wil van een jeugdige toegepast zonder wettelijke grondslag. Eerst wordt gezocht naar minder ingrijpende pedagogische, relationele of organisatorische alternatieven.
Bouwsteen III – Positie van de jeugdige en diens ouders
De jeugdige en diens ouders worden overeenkomstig leeftijd, ontwikkeling, gezag en rechtspositie betrokken bij de hulp. Iedere jeugdige heeft een individueel hulpverleningsplan en krijgt begrijpelijke informatie over de hulp, afspraken, rechten en beslissingen. Participatie betekent niet dat alle betrokkenen dezelfde professionele of juridische beslissingsbevoegdheid hebben.
Jeugdigen en ouders hebben rechtstreeks toegang tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon en worden geïnformeerd over de klachtenregeling. Hiervoor is geen toestemming van de gezinshuisouder of aanbieder nodig.
Matching wordt gezien als een professionele kwaliteits- en veiligheidsafweging. Niet alleen de behoeften van de jeugdige tellen mee, maar ook de deskundigheid en capaciteit van het gezinshuis, de bewonerssamenstelling, eigen kinderen, veiligheid en duurzame uitvoerbaarheid.
Als uitgangspunt geldt maximaal zes geplaatste jeugdigen. Gemotiveerde afwijking is mogelijk wanneer kwaliteit, veiligheid, individuele aandacht, relationele continuïteit en het gezinsgerichte karakter behouden blijven. Bij meer dan zes moet worden beoordeeld of nog sprake is van gezinshuiszorg en niet feitelijk van groepsgerichte residentiële zorg.
De criteria onderscheiden daarnaast duidelijk ouderlijk gezag, juridische beslissingsbevoegdheid, professionele verantwoordelijkheid, professionele regie en organisatorische verantwoordelijkheid. Een gedragswetenschapper, gecertificeerde instelling of andere professional neemt niet automatisch de verantwoordelijkheid voor het hulpverleningsplan van de gezinshuiszorg over.
Bouwsteen IV – Professionele organisatie, kwaliteit en verantwoording
De organisatie rond het gezinshuis moet professionele zorg mogelijk maken en borgen. De jeugdhulpaanbieder is verantwoordelijk voor de organisatorische voorwaarden, waaronder werktoedeling, vakbekwame inzet, continuïteit, veiligheid en kwaliteitsborging. De gezinshuisouder blijft binnen de eigen verantwoordelijkheid aanspreekbaar voor het eigen professionele handelen.
De organisatievorm verandert deze verantwoordelijkheden niet. Een zelfstandig gezinshuis dat zelf jeugdhulpaanbieder is, draagt zelf de bijbehorende organisatorische verantwoordelijkheden. Bij samenwerking met een andere aanbieder moet duidelijk zijn hoe professionele en organisatorische verantwoordelijkheden zijn verdeeld.
Aanvullende deskundigheid, waaronder gedragswetenschappelijke expertise, moet beschikbaar zijn wanneer de zorgvraag daarom vraagt. Consultatie, casuïstiekbespreking en professionele tegenspraak zijn onderdeel van goede samenwerking, maar vormen op zichzelf geen hiërarchische of toezichthoudende verhouding.
Kwaliteit en veiligheid worden systematisch bewaakt via een kwaliteitscyclus, veiligheidsmanagement, dossiervoering, privacy en informatiebeveiliging, leren van incidenten en klachten en interne of externe kwaliteitstoetsing. Ervaringen van jeugdigen en ouders maken daarvan deel uit.
Ook bestuur, medezeggenschap, intern toezicht en financiën moeten zijn ingericht op een manier die past bij de omvang en rechtsvorm van de aanbieder. Kleinschaligheid betekent niet minder verantwoordelijkheid, maar vraagt om proportionele inrichting. Financiële en organisatorische belangen mogen niet ten koste gaan van kwaliteit, veiligheid of continuïteit; zakelijke en privéfinanciën moeten voldoende van elkaar te onderscheiden zijn.
Kern
De Kwaliteitscriteria Gezinshuizen 2026 brengen vier zaken bij elkaar: vakbekwaam professioneel handelen, een gezinsgericht leefklimaat, de rechten en positie van jeugdigen en ouders, en een organisatie die kwaliteit en verantwoordelijkheid borgt.
De rode draad is dat gezinshuiszorg professionele jeugdhulp is, maar juist haar kracht ontleent aan een zo gewoon mogelijke gezinsgerichte woonomgeving. De criteria stellen daarom duidelijke ondergrenzen voor kwaliteit, veiligheid, rechtsbescherming en verantwoordelijkheid, met ruimte voor professionele afwegingen en voor verschillen tussen jeugdigen en gezinshuizen.
